Wettelijke keuringen zijn beoordelingen van arbeidsmiddelen en installaties die je op grond van wet- en regelgeving moet laten uitvoeren: bij ingebruikneming, na verplaatsing en periodiek zolang ze in gebruik zijn. In Nederland staan de belangrijkste eisen in het Arbobesluit, waaronder de keuring van arbeidsmiddelen, en in Warenwetregels voor onder meer drukapparatuur, kranen en liften. Een keuring laat zien of een installatie op dat moment aan de eisen voldoet en levert bevindingen op die je moet opvolgen. Voor de technische dienst komt het neer op drie dingen: weten wat keurplichtig is, de juiste keurder inschakelen en een register bijhouden waarin geen keuring verloopt en geen bevinding blijft liggen.
Keuring, inspectie en onderhoud: wat is het verschil?
De begrippen lopen door elkaar, maar het onderscheid helpt bij planning en registratie.
- Onderhoud houdt een installatie in goede staat: smeren, afstellen, vervangen, repareren. Het Arbobesluit vraagt dat arbeidsmiddelen tijdens de hele gebruiksduur door toereikend onderhoud veilig blijven, en dat een bijbehorend onderhoudsboek goed wordt bijgehouden (art. 7.5).
- Inspectie is het onderzoeken van de toestand door te kijken, te meten of te testen. Een inspectie kan onderdeel zijn van onderhoud, zoals een wekelijkse controleronde of een wanddiktemeting.
- Keuring is een formele beoordeling of iets voldoet aan vastgestelde eisen, door iemand die daarvoor deskundig is, met een vastgelegd oordeel.
Een keuring vervangt het onderhoud dus niet, maar laat wel zien of het onderhoud zijn werk doet. Een hijsmiddel dat bij elke keuring wordt afgekeurd, wijst eerder op een probleem in gebruik of opslag dan op een strenge keurmeester.
Wettelijke plicht of andere eis?
Niet elke keuring komt uit de wet. Leg daarom per keuring vast waar de eis vandaan komt:
- Wet- en regelgeving: Arbobesluit, Warenwetregels, Besluit bouwwerken leefomgeving.
- Normen die een wettelijke zorgplicht invullen, zoals NEN 3140 voor elektrische installaties.
- Omgevingsvergunning of milieuregels, die voor jouw locatie extra inspecties kunnen voorschrijven.
- Verzekeraar: polisvoorwaarden, bijvoorbeeld een periodieke inspectie van elektrisch materieel op brandrisico.
- Fabrikant: inspecties uit de handleiding, soms als voorwaarde voor garantie.
Die grondslag bepaalt wie mag keuren, hoe hard de termijn is en wie erop toeziet.
Het Nederlandse kader voor wettelijke keuringen
De tabel geeft de keuringen die je in de procesindustrie, de energiesector en de afvalverwerking het vaakst tegenkomt. Het is een overzicht op hoofdlijnen, geen volledige lijst.
| Domein | Grondslag | Wie keurt |
|---|---|---|
| Arbeidsmiddelen algemeen | Arbobesluit art. 7.4a | Deskundige persoon, bedrijf of instelling |
| Hijs- en hefgereedschap | Arbobesluit art. 7.20 (ten minste eens per jaar) | Deskundige persoon, bedrijf of instelling |
| Hijskranen vanaf 2 ton bedrijfslast | Warenwetbesluit machines art. 6d (ten minste eens per 12 maanden) | Deskundige |
| Mobiele kranen en torenkranen vanaf 10 tonmeter | Warenwetbesluit machines art. 6d (daarnaast ten minste elke 24 maanden) | Aangewezen instelling |
| Aangewezen drukapparatuur | Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 | Aangewezen keuringsinstelling (NL-CBI) of keuringsdienst van gebruikers |
| Elektrische installaties | Arbobesluit art. 3.4 (zorgplicht; invulling via NEN 3140 en NEN 3840) | Deskundige inspecteur |
| Explosiegevaarlijke zones | Arbobesluit art. 3.5c en 3.5e | Ter zake deskundig persoon |
| Brandmeldinstallatie | Besluit bouwwerken leefomgeving art. 6.32 | Inspectie-instelling volgens het CCV-schema |
Arbeidsmiddelen: artikel 7.4a Arbobesluit
Artikel 7.4a van het Arbobesluit is de algemene keuringsplicht voor arbeidsmiddelen, van heftruck tot compressor. Het artikel noemt vier momenten:
- Na installatie en vóór het eerste gebruik, als de veiligheid afhangt van de manier van installeren.
- Na elke montage op een nieuwe locatie van zo'n arbeidsmiddel.
- Periodiek, als het arbeidsmiddel onderhevig is aan invloeden die tot gevaarlijke verslechtering kunnen leiden, zoals slijtage en veroudering. Een vaste termijn noemt de wet niet: keuren moet "zo dikwijls dit ter waarborging van de goede staat noodzakelijk is", zo nodig met een beproeving.
- Na uitzonderlijke gebeurtenissen: veranderingen aan het arbeidsmiddel, ongevallen, natuurverschijnselen of langdurige buitengebruikstelling.
Volgens de Arboportaal-pagina over keuring van arbeidsmiddelen noemt de toelichting op het Arbobesluit eens per jaar keuren een veilige ondergrens; de uitkomsten van je RI&E helpen de frequentie per arbeidsmiddel te bepalen. Schriftelijke bewijsstukken van de keuringen moeten op de arbeidsplaats aanwezig zijn, digitaal of op papier, en op verzoek aan de toezichthouder worden getoond.
Hijs- en hefgereedschap
Voor hijs- en hefgereedschap, zoals stroppen, kettingen en sluitingen, is de wet concreter. Artikel 7.20 schrijft voor dat het ten minste eenmaal per jaar door een deskundige op zijn goede staat wordt onderzocht, zo nodig met een beproeving, en dat die deskundige over de benodigde uitrusting beschikt. Ook hier horen de bewijsstukken op de arbeidsplaats.
Voor hijskranen met een bedrijfslast van 2 ton of meer, zoals een bovenloopkraan in de werkplaats, noemt de wet ook een vaste termijn: ten minste eens per 12 maanden een keuring door een deskundige, met de uitslag in een kraanboek bij de kraan. Mobiele kranen en torenkranen vanaf 10 tonmeter worden daarnaast ten minste elke 24 maanden gekeurd door een aangewezen instelling. Deze regels staan in het Warenwetbesluit machines; vanaf 20 januari 2027 staan dezelfde termijnen in het Warenwetbesluit machines 2026.
Drukapparatuur
Voor drukvaten, installatieleidingen en ketels geldt een apart regime uit het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016. Welke apparatuur eronder valt, wijst de Warenwetregeling drukapparatuur 2016 aan op basis van de categorie uit de Europese drukapparatuurrichtlijn, het medium en de fluïdumgroep. Voor die aangewezen apparatuur geldt:
- een keuring vóór de eerste ingebruikneming en na elke montage op een nieuwe plaats, vastgelegd in een verklaring van ingebruikneming;
- een herkeuring binnen de termijn die op die verklaring staat, met een verklaring van herkeuring;
- keuring door een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie (NL-CBI) of een NL-keuringsdienst van gebruikers: een aangewezen keuringsdienst die alleen werkt voor het bedrijf of de groep waartoe die behoort.
De regeling noemt vaste herkeuringstermijnen, bijvoorbeeld 2 jaar voor gestookte drukapparatuur met oververhittingsgevaar en 4 jaar voor drukvaten, met langere termijnen als is aangetoond dat er geen onaanvaardbaar risico bestaat. Welke termijn voor jouw toestel geldt, lees je af van de laatste verklaring. De pagina over drukapparatuur van de Nederlandse Arbeidsinspectie vat de plicht kort samen: de gebruiker moet de apparatuur laten onderhouden en periodiek laten herkeuren. Drukapparatuur die niet is aangewezen, valt niet buiten de wet: daarvoor geldt de algemene keuringsplicht van artikel 7.4a.
Elektrische installaties
Artikel 3.4 van het Arbobesluit eist dat elektrische installaties zo zijn ontworpen, aangelegd en onderhouden dat veilig gebruik zo goed mogelijk is gewaarborgd, en dat er actuele schema's beschikbaar zijn (kleine laagspanningsinstallaties uitgezonderd). Een keuringstermijn staat er niet in, en normen worden niet genoemd. In de praktijk vul je deze zorgplicht in met NEN 3140 voor laagspanning, met NEN 3840 als tegenhanger voor hoogspanning. NEN 3140 beschrijft onder meer de periodieke inspectie van installaties en elektrische arbeidsmiddelen. Voor de aanleg van de elektrische installatie in een gebouw verwijst het Besluit bouwwerken leefomgeving wel naar NEN 1010; dat gaat over hoe de installatie wordt aangelegd, niet over periodieke inspectie. Daarnaast kan je brandverzekeraar een periodieke inspectie op brandrisico als polisvoorwaarde stellen. Volgens SCIOS, de beheerder van de bijbehorende certificatieregeling, gaat het dan om een inspectie door een gecertificeerd bedrijf volgens Scope 10, gebaseerd op NTA 8220.
Explosie- en brandveiligheid
Waar explosieve atmosferen kunnen ontstaan, beoordeel je de risico's vóór de start van het werk en bij elke belangrijke wijziging, en leg je ze vast in een explosieveiligheidsdocument (art. 3.5c). Vóór de eerste inbedrijfstelling en na belangrijke wijzigingen laat je de explosieveiligheid van de hele installatie controleren door een ter zake deskundig persoon (art. 3.5e). Voor brandveiligheid geldt het Besluit bouwwerken leefomgeving: een voorgeschreven brandmeldinstallatie heeft in een aantal gevallen een geldig inspectiecertificaat volgens het CCV-inspectieschema nodig, dat drie jaar geldig is, of één jaar als doormelding naar de brandweer verplicht is (art. 6.32), en voorgeschreven blustoestellen en brandslanghaspels worden ten minste eens per twee jaar onderhouden (art. 6.35).
Wie mag keuren: deskundige of aangewezen instelling
Voor de meeste arbeidsmiddelen kies je als werkgever zelf wie keurt, zolang het een deskundige natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling is. Dat kan een onafhankelijke keuringsinstelling zijn, de onderhoudsdienst van de leverancier of je eigen technische dienst. Deskundigheid moet je kunnen aantonen: opleiding en ervaring met dit type arbeidsmiddel, de juiste meet- en testmiddelen en een vaste werkwijze met criteria voor goed- en afkeur. Leg dat vast voor elke interne keurder.
Voor een aantal categorieën heb je die keuze niet. Het Arboportaal noemt onder meer aangewezen drukapparatuur, mobiele kranen en torenkranen vanaf 10 tonmeter, liften voor personenvervoer, hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en containers. Daar keurt een aangewezen instelling; NL-CBI's worden aangewezen door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Voor inspecties zonder aangewezen instelling bestaan soms certificatieregelingen voor inspectiebedrijven, zoals SCIOS. Zo'n certificaat zegt iets over het inspectiebedrijf; de verantwoordelijkheid voor je installatie blijft bij jou.
Een keuringsregister opzetten
Een keuringsregister is het overzicht van alle keurplichtige objecten, met per object de velden uit de tabel hieronder. Bouw het op je assetregister, zodat elke keuring aan een herkenbare installatie of positie hangt. Hoe zo'n structuur eruitziet, zie je bij software voor assetbeheer.
| Veld | Wat leg je vast | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Object | Asset of positie, met code | Hijsmiddelen HM-02, werkplaats |
| Grondslag | Wet, norm, vergunning, polis of fabrikant | Arbobesluit art. 7.20 |
| Termijn | Wettelijk of eigen keuze, met reden | Ten minste eens per jaar |
| Keurder | Intern of extern, met deskundigheid | Externe keurmeester |
| Laatste keuring | Datum en uitslag | 18 november vorig jaar, 1 bevinding |
| Volgende keuring | Uiterste datum | 18 november |
| Rapport | Vindplaats van rapport of certificaat | Gekoppeld aan HM-02 |
| Open bevindingen | Wat, ernst, eigenaar, termijn | Borgpen sluiting vervangen |
Zo zet je het register op:
- Inventariseer wat keurplichtig is. Loop je assetregister, de RI&E, de omgevingsvergunning en je verzekeringspolis na, en doe een rondgang langs de installatie.
- Bepaal per object de grondslag en daarmee wie mag keuren.
- Leg de termijn vast: de wettelijke termijn waar die bestaat, anders een eigen termijn met onderbouwing uit fabrikant, gebruik en RI&E.
- Verzamel de laatste rapporten en certificaten en koppel ze aan het object.
- Geef elk object een status: geldig, binnenkort, verlopen of bevinding open.
- Wijs een eigenaar aan die het register bijhoudt en elk kwartaal met de planning doorloopt.
In het schema hieronder staan vijf objecten uit een voorbeeldregister op een tijdbalk, met peildatum 1 maart en een venster van 60 dagen voor "binnenkort".
Let ook op stoomketel K-01. Die staat op "binnenkort", terwijl een herkeuring met stilstand, reiniging en steigerwerk meer voorbereiding vraagt dan de 45 dagen die resten. Stem het venster daarom per object af.
Keuringen plannen, bundelen en voorbereiden
Keuringen die stilstand vragen, plan je niet los van de rest. Neem ze op in je onderhoudsplan als terugkerende taak met de juiste termijn en bundel ze met ander werk aan dezelfde installatie. De herkeuring van een stoomketel of drukvat past vaak in een revisiestop; in een afvalenergiecentrale combineer je die bijvoorbeeld met een wanddiktemeting van de ketelpijpen.
Een keuring die op de dag zelf niet door kan gaan, kost dubbel: de keurder komt terug en de termijn loopt door. Regel daarom vooraf:
- Vrijgave en veiligheid: stilstand afgestemd met productie, werkvergunning, isolatie en vergrendeling van energiebronnen. Hoe die samenhangen, lees je in veilig onderhoud met LMRA, LOTO en werkvergunning.
- Toegang: reiniging, steigers, geopende mangaten, verlichting en ventilatie bij besloten ruimten.
- Documenten: het vorige rapport, de open bevindingen, tekeningen en de laatste verklaring of het certificaat.
- Begeleiding: iemand van de technische dienst die de installatie kent en bevindingen ter plekke kan duiden.
Bevindingen opvolgen en herkeuren
Een keuring levert pas iets op als je de bevindingen afhandelt. Behandel elke bevinding als een melding met een eigenaar en een termijn:
- Registreer de bevinding bij het object, met de formulering uit het rapport.
- Beoordeel ernst en termijn: moet het arbeidsmiddel direct uit gebruik, moet het vóór een bepaalde datum hersteld zijn, of gaat het om een advies?
- Zet het om in werk via een werkorder, of sluit de bevinding bewust af met een reden.
- Toon het herstel aan met een foto, een meetwaarde of de aftekening van de keurder.
Is een object afgekeurd, dan volgt na herstel in de regel een nieuwe keuring voordat het weer in gebruik gaat; leg ook die vast met het nieuwe rapport. Hoe je rapporten van externe keurders systematisch leest en opvolgt, staat in onderhoud uitbesteden. Bewaar rapporten en certificaten bij de asset waar ze bij horen, met datum en versie, zoals beschreven in technische documentatie beheren. Hoe dat er in de praktijk uitziet, zie je bij technisch documentbeheer.
Veelgemaakte fouten bij wettelijke keuringen
- Termijnen in iemands hoofd. De keuring staat in de agenda van één persoon of van de vaste keurmeester. Valt die weg, dan ziet niemand de datum aankomen.
- Bevindingen die blijven liggen. Het rapport is gelezen, maar de bevindingen zijn nooit omgezet in werk. Bij de volgende keuring staan ze er opnieuw in.
- Rapporten die onvindbaar zijn. De bewijsstukken horen op de arbeidsplaats; een pdf in de mailbox van een vertrokken collega voldoet daar niet aan.
- Alleen de keurder heeft het overzicht. Wissel je van keuringsbedrijf, dan ben je je historie kwijt. Het register is van jou, niet van de keurder.
- Nieuwe of verplaatste installaties vergeten. Hangt de veiligheid af van de installatie, dan keur je na installatie en na elke verplaatsing, niet pas bij de volgende periodieke ronde.
- Geen extra keuring na een incident. Na een aanrijding, een storm of lange stilstand hoort een bijzondere keuring, ook als de periodieke keuring nog geldig is.
De precieze eisen verschillen per installatie en de regels veranderen geregeld; raadpleeg bij twijfel de actuele wettekst of een deskundige.
Veelgestelde vragen
Is een NEN 3140-keuring verplicht?
Niet letterlijk. Het Arbobesluit eist dat elektrische installaties veilig zijn en goed worden onderhouden, maar noemt NEN 3140 niet. Wel is de norm de gangbare manier om aan te tonen dat je die zorgplicht nakomt. NEN zegt het zelf zo: strikt genomen is toepassen niet verplicht, maar werkgevers kunnen er niet onderuit. Daarnaast kan een brandverzekeraar een periodieke inspectie van elektrisch materieel als polisvoorwaarde stellen.
Hoe vaak moet een heftruck gekeurd worden?
De wet noemt voor een heftruck geen vaste termijn. Een heftruck slijt en valt daarmee onder de periodieke keuring van artikel 7.4a: zo vaak als nodig is om de goede staat te waarborgen. Volgens de toelichting op het Arbobesluit is eens per jaar een veilige ondergrens. Bij intensief gebruik of zware omstandigheden kan vaker keuren nodig zijn, en na een aanrijding volgt een extra keuring. Leg je keuze en onderbouwing vast.
Hoe lang moet je keuringsrapporten bewaren?
Het Arbobesluit noemt geen bewaartermijn. Het eist wel dat bewijsstukken van de uitgevoerde keuringen op de arbeidsplaats aanwezig zijn en op verzoek aan de toezichthouder worden getoond. Bewaar daarom minstens het rapport van de laatste keuring per object, en bij voorkeur de hele reeks zolang het object in gebruik is: de historie laat zien of bevindingen terugkomen. Bij aangewezen drukapparatuur gaan de verklaringen van ingebruikneming en herkeuring met het toestel mee.
Wat is het verschil tussen keuren en beproeven?
Keuren is beoordelen of een arbeidsmiddel aan de eisen voldoet, door te kijken, te meten en te controleren of beveiligingen werken. Beproeven is testen onder belasting of druk, zoals een hijsmiddel belasten met een testlast of een drukvat afpersen. De wet vraagt beproeven "zo nodig": de keurder bepaalt of een beproeving nodig is om de goede staat vast te stellen. Een beproeving zonder beoordeling is dus geen keuring.
Wat doe je als een keuring verlopen is?
Behandel het als een afwijking die vandaag aandacht vraagt. Beoordeel met een deskundige of het arbeidsmiddel in gebruik kan blijven of eerst buiten gebruik moet, plan de keuring zo snel mogelijk en leg beslissing en reden vast. Schrijft de wet een vaste termijn voor, zoals de jaarlijkse keuring van hijs- en hefgereedschap, leg het middel dan apart tot het is gekeurd. Voor aangewezen drukapparatuur kan alleen de keuringsinstelling om bijzondere redenen een overschrijding van het herkeuringsjaar met maximaal zes maanden toestaan.
