TimeQeeper

Welke KPI's meet je in onderhoud?

Betrouwbaarheid6 min leestijdBijgewerkt 12 juli 2026

Een onderhouds-KPI is een meetbare indicator die laat zien hoe goed je onderhoud presteert: hoe beschikbaar je installaties zijn, hoe betrouwbaar je assets draaien, hoeveel werk je onder controle hebt en wat het kost. Je gebruikt KPI's om te sturen, niet om te verzamelen. De waarde zit niet in het getal zelf, maar in de beslissing die eruit volgt. Dit artikel zet de belangrijkste onderhouds-KPI's op een rij, groepeert ze naar wat ze meten, en laat zien hoe je een klein, zinvol setje kiest.

De meeste KPI's vallen in vier groepen: beschikbaarheid en betrouwbaarheid, effectiviteit, werkbeheersing en kosten. Onderstaande figuur vat ze samen.

Onderhouds-KPI's groeperen in vier vensters: beschikbaarheid, effectiviteit, werkbeheersing en kosten. Kies er een paar die aan een doel gekoppeld zijn — een KPI zonder actie is ballast.BeschikbaarheidBeschikbaarheid %MTBFMTTREffectiviteitOEEUitval per assetWerkbeheersingPreventief/correctiefBacklogPlanningsgraadKosten% van RAVKosten per asset
Onderhouds-KPI's groeperen in vier vensters: beschikbaarheid, effectiviteit, werkbeheersing en kosten. Kies er een paar die aan een doel gekoppeld zijn — een KPI zonder actie is ballast.

Beschikbaarheid en betrouwbaarheid

Deze groep beantwoordt de meest directe vraag: draait de installatie wanneer je hem nodig hebt, en hoe vaak valt hij uit?

Beschikbaarheid (%) is het aandeel van de geplande productietijd dat een asset daadwerkelijk inzetbaar was. Je berekent het als de bedrijfstijd gedeeld door de bedrijfstijd plus de stilstandtijd. Een beschikbaarheid van 96% betekent dat de asset 4% van de tijd ongewenst stilstond. Het is een uitkomst-KPI: hij vat het effect van storingen, reparaties en wachttijd samen in één cijfer.

MTBF (Mean Time Between Failures) meet betrouwbaarheid: de gemiddelde draaitijd tussen twee storingen. Loopt de MTBF op, dan valt een asset minder vaak uit. MTTR (Mean Time To Repair) meet herstelvermogen: de gemiddelde tijd om een storing te verhelpen, van melding tot werkende installatie. Een lange MTTR wijst vaak op ontbrekende onderdelen, onduidelijke procedures of te weinig capaciteit, niet op het defect zelf.

Beschikbaarheid, MTBF en MTTR hangen samen: hogere MTBF en lagere MTTR leiden samen tot hogere beschikbaarheid. Meet je ze naast elkaar, dan zie je niet alleen dát een asset uitvalt, maar ook of het probleem in de frequentie of in de hersteltijd zit. De formules en valkuilen staan uitgebreider in het artikel over MTBF en MTTR.

Effectiviteit: OEE

Beschikbaarheid vertelt of een machine draaide, maar niet of hij goed draaide. Daarvoor gebruik je OEE (Overall Equipment Effectiveness). OEE combineert drie factoren tot één percentage: beschikbaarheid (draaide de machine), prestatie (draaide hij op snelheid) en kwaliteit (was het product goed). Je vermenigvuldigt de drie: een machine die op alle drie 90% scoort, komt uit op ongeveer 73% OEE.

De kracht van OEE zit in die opsplitsing. Een lage score op prestatie wijst naar kleine stops en snelheidsverlies; een lage score op kwaliteit naar uitval en herbewerking. Zo weet je waar het verlies zit. OEE is vooral bruikbaar op productielijnen met een duidelijke cyclustijd; op losse assets zonder vaste productienorm zegt het minder. Wat OEE precies meet en hoe je de factoren berekent, lees je in wat OEE is.

Werkbeheersing

Deze groep gaat niet over de machine, maar over je eigen proces: heb je het werk onder controle of loop je achter de feiten aan?

De verhouding preventief/correctief (PM-ratio) laat zien welk deel van je onderhoudsuren naar gepland werk gaat en welk deel naar storingen. Een organisatie die vooral reactief werkt, herkent zich in een hoog aandeel correctief werk. Veel onderhoudsteams sturen richting een meerderheid preventief en conditiegestuurd werk, maar de juiste verhouding hangt af van je installaties. Het verschil tussen beide vormen behandelen we in het artikel over preventief vs correctief onderhoud.

Backlog is de hoeveelheid goedgekeurd, maar nog niet uitgevoerd werk, meestal uitgedrukt in manuren. Een backlog is niet erg; een groeiende of onzichtbare backlog wel. Het cijfer laat zien of je capaciteit en werkaanbod in balans zijn.

Planningsgraad (schedule compliance) meet welk deel van het geplande werk ook echt is uitgevoerd zoals gepland. Een lage planningsgraad betekent dat spoedwerk je planning steeds overrulet, wat een teken is dat je nog reactief werkt. Deze KPI's samen vertellen of je onderhoud bestuurbaar is of dat het je overkomt.

Kosten

Uiteindelijk moet onderhoud betaalbaar blijven zonder dat je op betrouwbaarheid inlevert. Twee KPI's houden dat in de gaten.

Onderhoudskosten als percentage van de vervangingswaarde (RAV) zet je jaarlijkse onderhoudskosten af tegen de vervangingswaarde van je assets. Deze ratio maakt kosten vergelijkbaar tussen vestigingen of jaren, los van de omvang van je installaties. Een oplopende RAV zonder betere betrouwbaarheid is een signaal om te kijken waar het geld heen gaat.

Kosten per asset brengt uitgaven terug naar het niveau van de individuele machine of installatie. Zo zie je welke assets onevenredig veel kosten en welke kandidaat zijn voor vervanging of een andere onderhoudsstrategie. Kostencijfers zijn pas bruikbaar naast betrouwbaarheids-KPI's: goedkoop onderhoud dat de uitval opdrijft, is geen besparing.

Kies weinig, maar zinvolle KPI's

Meer meten is niet beter sturen. Een dashboard vol cijfers die niemand gebruikt, is een vanity metric-verzameling: het oogt volledig, maar leidt tot geen enkele beslissing. Een KPI zonder actie is ballast.

Kies daarom een klein aantal KPI's dat aansluit bij een concreet doel. Wil je ongeplande stilstand terugdringen, dan volstaan beschikbaarheid, MTBF, MTTR en de PM-ratio. Wil je grip op kosten, dan komen RAV en kosten per asset erbij. Zorg dat elke KPI een eigenaar heeft, een streefwaarde en een duidelijke bron, en dat iemand er periodiek naar handelt. Een KPI die drie maanden onveranderd rood staat zonder gevolg, meet niets nuttigs meer.

Voor wie zich aan een standaard wil spiegelen: de Europese norm EN 15341 beschrijft een set gestandaardiseerde onderhouds-KPI's (economisch, technisch en organisatorisch) en is verkrijgbaar via NEN. Zo'n norm is geen verplichting, maar een handig kader om te bepalen welke indicatoren voor jouw organisatie relevant zijn.

Betrouwbare KPI's beginnen bij betrouwbare data. Als storingen, werkorders en uren consistent in één systeem worden vastgelegd, rollen de meeste van deze indicatoren er vanzelf uit in rapportages en dashboards. Los vastgelegde data in verspreide lijsten leidt tot cijfers die niemand vertrouwt, en dus tot KPI's waar niemand op stuurt.

Veelgestelde vragen

Hoeveel KPI's moet je meten in onderhoud?

Minder dan je denkt. Begin met vier tot zes KPI's die bij één concreet doel horen, elk met een eigenaar en een streefwaarde. Breid pas uit als je die actief gebruikt om beslissingen te nemen. Een groot dashboard dat niemand raadpleegt, stuurt niets.

Wat is het verschil tussen een KPI en een vanity metric?

Een KPI leidt tot een beslissing of actie; een vanity metric ziet er compleet uit maar verandert niets aan wat je doet. De test is simpel: als een cijfer verandert, verandert er dan iets aan je aanpak? Zo niet, dan is het ballast.

Welke onderhouds-KPI is het belangrijkst?

Er is geen universeel belangrijkste KPI; dat hangt af van je doel. Voor beschikbaarheidsproblemen zijn MTBF en MTTR leidend, voor productielijnen OEE, voor kostenbeheersing RAV. Kies de KPI die het probleem meet dat je wilt oplossen.

Klaar voor meer grip op je onderhoud?

Plan een demo op maat. We laten zien hoe TimeQeeper past op jouw assets, processen en team, en nemen snel contact op.